‘Hé, kikkerdril!’

Een lenteochtend in Paddenpoel

‘Wie komt een hut bouwen in Paddenpoel?’ vroeg Saskia Hollander (53) op de Facebook-pagina van de Haarlemmer Kweektuin. Die middag meldden zich een moeder met een kindje. Samen boorden ze gaten in de grond en groeven ze buigzame wilgentenen in, die weer zouden gaan bloeien als ze diep genoeg in de aarde werden geduwd. En in het voorjaar verschenen de eerste groene blaadjes al aan de ‘muren’: een levende hut!

Leren van kinderen

Saskia is dankbaar dat Paddenpoel er is: “Contact maken met kinderen, lekker scharrelen, samen spelen en ontdekken, pionieren: dat is het waar deze plek om vraagt.” Vanaf het begin werkt ze als vrijwilliger in de natuurspeeltuin, op de plek waar eerst de boomkwekerij was van de gemeente Haarlem. “Ik fietste hier vaak langs op weg naar mijn werk, en dacht: wat zou het leuk zijn als hier een speelplek kwam voor kinderen …

Ongeveer vijf jaar geleden was het zover, op initiatief van de buurt zelf. Moragh Rush van Speeling maakte het ontwerp.”

 

Paadjes voor peuters

Samen met Robin van Eeuwijk (24) én de vrijwilligers van de terreinwerkgroep van de Kweektuin houdt Saskia de woeste natuur in Paddenpoel begaanbaar. Zo zijn er hekjes gemaakt van resthout rondom het terrein; in zijn geheel beslaat het een vijfde van de Kweektuin. Er zijn paadjes voor peuters gekomen en een vlonder voor kinderen in een rolstoel. Vandaag strooien Robin en Saskia biologische mestkorrels over kale plekken in het gras. Nieuwsgierige kinderen mogen helpen met klusjes. Saskia: “Zo ontdekken ze zelf hoe je kunt zorgen voor de natuur.”

 

Uitdagend ontwerp

Er is geen toezicht in Paddenpoel, dat maakt dat kinderen en (groot-)ouders zelf verantwoordelijk zijn voor veiligheid en duurzaamheid. Saskia: “Het ontwerp is uitdagend: met veel water, spannende bruggetjes, heuvels en een deels diepe sloot. Grotere kinderen kunnen zich hier uitleven, maar voor de kleintjes is het oppassen geblazen.”

 

Voer voor eenden

“Hé kikkerdril!” wijst Saskia, en ze luistert of ze kikkers hoort kwaken. Uit de omgeving komen kikkers en padden vroeg in het voorjaar naar Paddenpoel om te paren. Er zijn ook reigers, libellen, vlinders, andere insecten, hagedissen, egels en vogels. De kroosvaren op het water is voer voor de eenden, die nestjes maken op het terrein en soms wel drie keer per jaar een legsel hebben. Paddenpoel betekent voor Saskia: ontspanning, genieten van het buiten zijn en het contact met bezoekers, groot en klein.

“Laatst zat ik hier, heel eenvoudig, graszoden te leggen. Een moeder maakte een praatje. ‘Ik word zó rustig als ik naar je kijk,’ zei ze.”

 

Kom langs!

Kijk hier voor de exacte openingstijden.

Helpen op Paddenpoel?
Stuur een e-mail naar vrijwilligers@haarlemmerkweektuin.nl voor meer informatie.

Tekst en foto’s door Johanna Hoogendam, 2022

 

 

 

‘Niks mooier dan delen’

Intussen in de duurzame voorbeeldwoning

Een paar maanden terug ging het mis: een kindje viel vijf meter uit een boom bij Paddenpoel. Parkbeheerder Linde van Ettinger (34) zag het vanuit haar huis midden in de Haarlemmer Kweektuin gebeuren. “Het enge was: het kindje huilde niet. Het bleef oorverdovend stil.”

Duizend bezoekers

Gelukkig liep het goed af. Wel was er een ambulance nodig, die Linde belde terwijl ze samen met de moeder wachtte en andere bezoekers van de Kweektuin op afstand hield. “Zo’n ongeluk als dit kan elke dag gebeuren, de Kweektuin telt op sommige dagen meer dan duizend bezoekers. Ik voel me als parkbeheerder verantwoordelijk, sta altijd ‘aan’, maar ik kan niet 24/7 aanwezig zijn en alles zien. Ook de bezoekers hebben de verantwoordelijkheid de Kweektuin veilig én mooi te houden.”

 

Voorbeeldwoning

Ze vertelt erover bij een kop thee in haar jaren-vijftig-dienstwoning in de Kweektuin. Voorwaarde om deze dienstwoning te mogen huren, was niet alleen dat Linde zestien uur per week vrijwillig parkbeheerder zou zijn, maar óók dat zij en haar echtgenoot Paul er een duurzame voorbeeldwoning van zouden maken. Een woning waar bezoekers van de Kweektuin inspiratie kunnen opdoen voor de verduurzaming van hun eigen huis.

Avontuur

Zo geschiedde de afgelopen twee jaar, sinds Linde en Paul het huis betrokken. Het bleek een flinke klus, omdat er veel achterstallig onderhoud was. “We lieten ons er niet door ontmoedigen, we waren al zo vaak gefascineerd langs dit huis gelopen als we in de Kweektuin een wandeling maakten met ons zoontje Tijmen. Paul en ik waren wel toe aan een avontuur.”

 

Overwoekerd

Tijdens het gesprek bonkt in de keuken een tweedehands wasmachine, gekocht bij kringloopwinkel Zolder023Linde, met een glimlach: “Als je hergebruik belangrijk vindt, leer je kleine ongemakken voor lief nemen.” Voor ze hier mochten gaan wonen, probeerden zij en Paul vaak naar binnen te gluren, vertelt ze. “Maar het huis was overwoekerd met klimop en de gordijnen zaten altijd dicht.”

Van G naar B

Hoe anders is dat nu: licht en ruimte overheersen. Dankzij vloer-, spouwmuur-, dakisolatie en dubbel glas ging het huis van energielabel G naar label B – een hele prestatie voor een vrijstaande woning uit 1954. Van ‘het gas af’ zijn ze nog niet; daarvoor is een investering nodig van de gemeente, eigenaar van het huis, in een warmtepomp en/of warmtenetaansluiting. “We hopen dat dit snel gaat gebeuren. Maar net als bij een eigen huis kan niet altijd alles in één keer.” 

Smoelen

Intussen is er veel planeet-vriendelijks te zien in huis, dat ook nog eens ‘aardig smoelt’, zoals Linde het formuleert. Met liefde voor ‘design’, ‘duurzaam’ en ‘lokaal’ zocht en vond ze unieke meubels en woonaccessoires van lokale ontwerpers en makers, zoals Juttersgeluk en Haarlems Hout  “Bezoekers zijn van harte uitgenodigd om een afspraak te maken om een kijkje te nemen. We zijn dankbaar voor dit plekje midden in het mooiste stadspark van Haarlem. Niks mooier dan het te delen, toch?”

Binnenkijken?

Het tv-programma BinnensteBuiten maakte een uitzending over de duurzame voorbeeldwoning.

Op www.haarlemmerkweektuin.nl/duurzamevoorbeeldwoning lees je wat Linde en Paul aan verduurzaming hebben gedaan en hoe ze dit bijzondere huis hebben ingericht.

Tekst en foto’s door Johanna Hoogendam, 2022

 

 

‘Help, pissebedden!’

Een zonnige herfstdag in de Springertuin

Net over de brug naar de Springertuin in de Haarlemmer Kweektuin hipt een roodborstje over het looppad. Zodra een vrijwilligster met bladschep en –mand nadert, vlucht de vogel weg tussen de knisperende, rode en gele bladeren. “We gooien niets weg hier,” vertelt beheerder Arjan de Pater (65) van Natuur en Milieu Educatie (NME) van de gemeente Haarlem. “Al het blad op de paden vegen we de borders in, of we brengen het naar de composthoop. Met droog weer kun je het makkelijk opvegen. Zodra het regent, wordt het bagger, en dan glijd je erover uit.”

 

Kabouter Karel

Met soepele pas – je zou niet zeggen dat hij over anderhalf jaar met pensioen gaat – wijst Arjan op Karel, één van de houten kabouters in de Springertuin. De roodgemutste paaltjes zijn hier geplaatst om jonge Haarlemmers natuurbewust te maken. “Veel kinderen kennen de kabouters bij naam”, vertelt Arjan, “en willen ze allemaal begroeten.” Zo trippelen de kleintjes ongemerkt de hele Springertuin door van tienduizend vierkante meter. En raken spelenderwijs bekend met de grote variëteit aan bomen, planten en dieren die hier leeft.

Op adem komen

Voor papa of mama is zo’n wandeling een onthaastmoment – win-win zou je zeggen. Maar begin 2021 moest de Springertuin drie maanden op slot om op adem te komen. De paden waren platgetreden, en erger: men liep er ook buiten. Daardoor kwam de grote biodiversiteit – juist zo waardevol aan de Springertuin – in het nauw.

 

Instructietuin

In plaats van recreatief wandelpark zou de Springertuin dan ook vooral een educatief nut moeten hebben, vindt Arjan. Bijna zijn hele werkzame leven wijdde hij aan de tuin, en hij deed er alles aan om deze zo levendig en gevarieerd mogelijk te maken. “Zo heeft Leonard Springer, directeur van de gemeentelijke groendienst begin vorige eeuw, de tuin ook bedoeld toen hij hem in 1910 aanlegde. Als een instructietuin voor schoolkinderen en hoveniers die het gemeentegroen onderhielden.”

Stronk optillen

In de geest van Springer kwam er onder Arjans bewind een ‘beestjestuin’, met paden omlijst door boomstronken. Onder elk ervan schuilt een zes- of achtpotig universum. “Als we hier een klas kinderen rondleiden, mogen ze allemaal zo’n stronk optillen en een diertje vangen. Dat levert eerst een hoop gegil op: help, pissebedden! Maar aan het einde van de les spelen de kinderen met hun vondsten. En voor ze weer naar huis gaan, laten ze alle beestjes vrij.”

 

Duivelswandelstok

Van de beestjestuin gaat Arjan voor naar de ruïne, langs een imposante treurwilg en veel exoten, zoals glanzende bamboe, driebladige citroen (Poncirus) en duivelswandelstok (Aralia elata). De laatste ‘wandelt’ via een ondergronds wortelstelsel met grillige stammen door de tuin. “Het blad is zó groot!” vertelt Arjan en hij spreidt zijn armen wijd, zijn ogen stralen. Genoeg te ontdekken in de ruim honderd jaar oude Springertuin. Educatief of recreatief: zo lang je de biodiversiteit maar koestert.

Kom langs

Kijk op www.haarlemmerkweektuin.nl/contact voor de openingstijden van de Springertuin.

Natuur en Milieu Educatie

Ook met de klas naar de Springertuin? Neem contact op met Natuur en Milieu Educatie (NME) van de gemeente Haarlem: 023-511 4702, nmeactiviteiten@haarlem.nl of neem een kijkje op www.haarlem.nl/nme/

Tuinwerk

De Springertuin wordt onderhouden door een team van acht vrijwilligers. Vind je het leuk om mee te helpen? Neem contact op met nmeactiviteiten@haarlem.nl

Tekst en foto’s door Johanna Hoogendam, 2021

 

 

 

 

‘Ik denk dat nachtvlinders bang zijn voor licht’

In het donker op de Kweektuin

Om nachtvlinders te tellen, moet je vroeg je bed uit. Om half zeven ’s morgens, nog voor het licht wordt, inspecteert bioloog Dik Vonk (73) de vlindervangkist voor de Springertuin. Gisteravond plaatste hij die kist hier, op een geleend tafeltje van het Kweekcafé, met een oud gordijn erover. Bovenop de kist staat een UV-lamp van driehonderd Watt. Dat geeft zulk fel licht, dat niet alleen nachtvlinders die in de Kweektuin wonen erop afkomen, ook ‘overvliegende’ exemplaren. En dat is waar Dik zo benieuwd naar is: “Of er hier in de stad ook specialistische soorten uit de Kennemerduinen langskomen.”

 

Bijna teder

Over enkele minuten komt de zon op, dan kan het tellen beginnen. Met behulp van een mijnwerkerslampje op zijn voorhoofd spot Dik een eigenwijze nachtvlinder die wel op het licht is afgekomen, maar in de plooi van het gordijn is blijven zitten. Bijna teder vangt Dik het diertje in een plastic potje en stopt het in zijn binnenzak. “Er zijn er nu eenmaal altijd een paar die zich niet aan de regels houden,” grijnst hij.

Heks

Al acht jaar, sinds zijn pensionering als stadsecoloog, telt Dik elke drie weken nachtvlinders, het hele jaar rond, zowel in de Kennemerduinen als in de Kweektuin. De nachtelijke fladderaars fascineren hem: “Er is nog zo weinig onderzoek naar gedaan.” Waarom nachtvlinders naar het licht vliegen bijvoorbeeld? Men weet het niet. Dik heeft er zelf iets op bedacht: “Ze zijn bang voor licht, en gaan eropaf zoals kleine kinderen onder het bed kijken omdat ze daar een heks vermoeden. Eenmaal dicht bij de lamp, raken de nachtvlinders in paniek en vallen in de vangkist.”

 

Klamboe

De lamp gaat uit en behoedzaam legt Dik een theedoek in de opening van de vangkist. Dan drapeert hij een klamboe over de kist, en vouwt het gordijn eromheen, alvorens het gevaarte voorzichtig op te tillen en naar de lege kas tegenover de Springertuin te dragen. Op een goede nacht, vertelt hij, zitten er driehonderd dieren in de kist, zo’n vijftig tot tachtig soorten. Het is een fractie van de ruim tweeduizend soorten nachtvlinders die er voorkomen in Nederland. Maar het is toch geen slechte score voor een stadstuin.

Mysterie

Nu, in het najaar, zal hij er minder in de kist aantreffen. Maar zelfs in de winter zijn er nachtvlinders, zoals de kleine wintervlinder, die haar eitjes legt op kale takken. “Sommige nachtvlinders kunnen kilometers vliegen, en van enkele soorten weten we dat ze elk najaar naar het Middellandse Zeegebied vliegen. Maar hoe of wat precies? Het blijft een mysterie.”

 

De lichte en donkere vorm van de buxusmot

Zeldzaam

Bij het uitpakken vanochtend blijkt er zo’n trekvlinder in de kist te zitten: een satijnlichtmot, met witte, bijna transparante vleugels, ragfijn omlijst met een gouden rand. Dik is opgetogen, en meer nog als hij de nachtvlinder uit zijn binnenzak – die op het gordijn zat – tevoorschijn tovert. Het blijkt een zeldzame nazomeruil, die bijna alleen in de Hollandse duinen voorkomt. In totaal telt Dik 48 nachtvlinders in de vangkist, van elf verschillende soorten, waaronder huismoeders, buxusmotten, zwarte c-uilen en stofuilen. Straks zal Dik ze allemaal weer vrijlaten. Maar niet voordat hij ze gefotografeerd heeft en gemeld op waarneming.nl.

 

Uil, mot of nachtvlinder?

Kleine nachtvlinders worden ook wel ‘mot’ genoemd, of ‘micro’. Grote nachtvlinders heten ‘macro’s’. Soms verwijst de naam naar de plant waar de nachtvlinder haar eitjes op legt, soms ook naar een uiterlijk kenmerk. Zo heeft de pijlstaartvlinder een pijl op de staart en de taxusspikkelspanner altijd uitgevouwen (‘uitgespannen’) vleugels. En de ‘uiltjes’? Die vouwen hun vleugels als een dakje boven hun hoofd en lijf.

 

Ook nachtvlinders tellen?

Meld je op zaterdagavond 16 april 2022 om 21.00 uur bij witte hek van de Kweektuin. In 2022 is de Nationale NachtvlinderNacht op 1 en 2 juli. Dan kan men op verschillende plekken nachtvlinders zien in de late avond: vlinderstichting.nl/nachtvlindernacht

 

Word lid van de KNNV

Dik Vonk maakt deel uit van de werkgroep nachtvlinders van de Haarlemse afdeling van de KNNV, de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging. Geïnteresseerd in het werk van de KNNV, of wil je als vrijwilliger meehelpen met tellen? Kijk op https://haarlem.knnv.nl

 

Tekst en foto’s door Johanna Hoogendam, 2021